Gerrit Wanink

Voor zijn militaire dienst heeft Gerrit Wanink bij de afdeling kleindiesel en bij de brandstofpompen gewerkt en ging  natuurlijk de Wilhelminaschool. Op school was het toch wel een streven om naar de turbines en de grote motoren te gaan werken.

Werktijden

In 1956 kwam  hij vanuit militaire dienst  als dieselmonteur in de oude hal. Direct al de derde avond werd hij bij de klok bij de arm gepakt “jong,  waar ga je naar toe”. Er werd toen nog 53 uur in de wek gewerkt, maar hij moest wel de bus halen om dezelfde avond nog in Neede te kunnen komen.  Je moest met de bus naar huis. Stork was soepel genoeg om hem vanwege de reistijd buiten de ploegendienst te houden.  De werkdag duurde van 7.30 uur  tot 17.45 uur. In die tijd was er ook de “Merit regeling”: als je op karwei ging kon je twee cent meer verdienen(één gulden in de week).  Daar was wel vaak gemopper over. Waarom mocht de een wel op karrwei en de ander niet. Voor ouderen met een gezin was die gulden heel belangrijk.

Montage

In 1956 kwam  hij vanuit militaire dienst  als dieselmonteur in de oude hal. Direct al de derde avond werd hij bij de klok bij de arm gepakt “jong,  waar ga je naar toe”. Er werd toen nog 53 uur in de wek gewerkt, maar hij moest wel de bus halen om dezelfde avond nog in Neede te kunnen komen.  Je moest met de bus naar huis. Stork was soepel genoeg om hem vanwege de reistijd buiten de ploegendienst te houden.  De werkdag duurde van 7.30 uur  tot 17.45 uur. In die tijd was er ook de “Merit regeling”: als je op karwei ging kon je twee cent meer verdienen(één gulden in de week).  Daar was wel vaak gemopper over. Waarom mocht de een wel op karwei en de ander niet.

De heer Brokers bezig met de montage van de ankerbouten

Voor ouderen met een gezin was die gulden heel belangrijk.Op het werk werd je ingedeeld bij een oudere werknemer om het vak te leren. Elke monteur in de montage deed eigenlijk wel alles, van fundatie stellen tot zuigerplaatsen. Het afstellen van nokken en uitlaatkleppen was een preciese klus. Het overige werk werd natuurlijk al gauw regelmaat als je er een paar had gebouwd wist je hoe het zat. Albert van Zark en Bos waren de mensen voor het stuwblok, een tweedelig blok om de druk van de as bij de voorstuwing door de schroef op te vangen, zowel vooruit als achteruit. Hier zaten de enorme krachten van een draaiende schroef op. Ook werd weer witmetaal gebruikt voor de lagers en was voor de speling nauwkeurigheid van het grootste belang. Brokers was een specialist op het gebied van de opbouw van de manoevreerinrichting. Marinus van de Broek was oorspronkelijk monteur en uiteindelijk ploegbaas.
De ploeg van Hollander kon echt werken , soms zes zuigers in één nacht en dat was best wel stoer. Als ploeg bleef je vaak wel bij dezelfde motor. Op de vraag wat voor een indruk dit werk op je maakte kwam het laconiek antwoord:”Je vond zo’n machine uiteindelijk heel gewoon, het was je werk”.
In de zestiger jaren lag het tempo erg hoog. Vooral de motoren voor de “kerk”-boten moesten met grote snelheid gebouwd om op tijd geleverd te kunnen worden.

Transport

Na proefdraaien in de hal begon de ontmanteling van de motor. Alle ankerbouten (trekstangen) gingen eruit, veel leidingen konden blijven zitten. Kleiner spul (vanaf zuigers) gingen in kratten. De grote stukken gingen direct naar de haven, de overige stukken naar de pakplaats. Met binnenvaartschepen ging het op pad. Soms op lichters(zonder motor), want dat was niet zo duur om langer te laten liggen aan de kade. Zo snel het ruim open ging, ging de teller van de kosten weer lopen. Meestal werd er direct gelost op de kades. Met erg slecht weer uitstel. Het gevolg was wel; last van roest (dit was overigens werk voor de werf).
De motor  werd franco voor de wal afgeleverd. De monteurs van de werf zetten de motor in het schip in elkaar.Bij het inbouwen hield de monteur van Stork toezicht, overigens hadden de monteurs van de werf zelf  al zoveel motoren ingebouwd dat dat niet echt een probleem was.

Op karwei

Vlak na het ingebruik nemen van de nieuwe hal mocht hij samen met Timmer op karwei . De eerste bij Verolme in IJsselmondevoor het motorschip de Oude Tonge. Toen de motor er in zat ging je weer terug, pas later ging je mee op proefvaart.
Ook in Lobith werd een schip gebouwd met een Stork Hotlo.Met de scooter van Noordijk naar Lobith begin 60er jaren. De onderdelen van de motor gingen over de IJssel naar Lobith. Deze motor werd geplaatst toen het schip nog op de helling lag, dat gebeurde maar zelden. Het schip werd in twee lagen gebouwd om onder de bruggen door te kunnen. In IJsselmonde werden de delen op elkaar geplaatst. De Hoop deed het staal werk, Verolme de machinekamer.

Overdracht

Bij een proefvaart gingen er altijd wel een man of drie mee omdat je al gauw twee dagen continu aan de slag moest. Technische proefvaart duurde twee of drie dagen. De overdrachtsproefvaart was alleen maar even buitengaats met toespraken van hoge pieten (bijvoorbeeld  Frans Stork). De monteurs wisten wel waar je moest staan als het lekkers uit de kombuis kwam. Na de proefvaart ging het schip naar de Parkkade voor de afrondende reparaties voor het gehele schip. Voor de monteur was dat een leuke tijd omdat je niet weg mocht, en er vaak weinig reparatiewerk voor de motor was.

Proefmotor

Er zijn twee proefmotoren geweest In de Jan van Galenhal (tegenover de latere hal O.).  Met zuigers van 600. Later werd de tweede gebouwd met een zuigerdoorsnede van 900mm. Wanink was met een controleur van Werkspoor met een krukas aan de ene machine aan het werk,  ook Piet Houwelingen de werkplaats baas was er, toen het ongeluk gebeurde met de proefmotor. Zwienenberg kwam er brandend uit.  Voor Bennie Nijkamp was geen redden meer mogelijk. Barend Wilmink vroeg als eerste:”wie wet wat voor geloof hij hef”.

  • Nederlands
  • Deutsch
  • English

praat-mee-button.jpg

Toelichting Forum/gastenboek:

U kunt uw mening kwijt of een vraag stellen op het forum. Als u een bericht plaatst dan is dit te lezen door iedereen die de site bezoekt.

Wilt u het bestuur rechtstreeks benaderen met uw mening of vraag dan kunt u een mail sturen naar info@sos-hotlo.nl

We houden ons aanbevolen voor :

• Herinneringen.
• Suggesties.
• Ideeën.
• ….
 _____________________________

Voor een overzicht van nieuwe inhoud zie:      > nieuw op site
______________________________

 ANBI_FC.jpg
De Stichting SOS-HOTLO is erkend als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Schenkingen aan een ANBI instelling komen in aanmerking voor belastingvoordeel.
______________________________

Disclaimer