Gerard

en

Gerrit

“Die grote dieselmotoren, die dingen doen me wat”.

Gerard (60 jaar) en Gerrit (53 jaar) hebben allebei bij de afdeling dieselmotoren van Stork gewerkt. Zij maakten deel uit van die "aparte" groep van zo'n 65 man, die door anderen vaak voor gek werd versleten, omdat ze zo keihard werkten.

De laatste dieselmotor werd in 1971 gebouwd. Gerard werkt nu (1982) op de afdeling die nog onderdelen levert voor de machines. Gerrit controleert bij de kwaliteitsdienst de onderdelen die worden gemaakt. Over één ding zijn ze het roerend eens:"Als Stork weer motoren ging bouwen, stapten ze er gelijk weer in, want daar zat ten minste leven in.

Gerard:

"Direct na de oorlog -ik meen in maart '46- ben ik bij Stork komen werken. Ik was toen 25 jaar. Daarvóór had ik bij de Heemaf in Hengelo gewerkt, maar ik wilde wel eens wat anders, want bij de Heemaf had ik een ernstig bedrijfsongeval gehad; ik heb een pers van zo'n 400 kilo tegen mijn been gekregen. Via de her-scholers kwam ik eerst bij de bankwerkerij terecht, waar we zelf onderdelen maakten voor turbines en dieselmotoren. Later schook ik door naar de kleine hulp-motoren en nog later ging ik naar de grotere motoren. Eigenlijk had ik zelf liever bij de bankwerkerij willen lijven (zo'n ongeluk vergeet je namelijk nooit weer- en dan wéér die grote motoren) maar door het bedrijf werd ik toch de kant van de motoren uitgewerkt. Ik durfde ook eigenlijk geen nee te zeggen , want toen ik naar de begrafenis wilde van een Belgische onderduikvriend, mocht ik zomaar een week weg. Ik voelde me dus verplicht om wat terug te doen. Toen ik er eenmaal werkte, vond ik het ook prachtig werk. Het is ook imposant: zo'n grote hal -de stelplaats- van 68 bij 42 meter en zo'n 26 meter hoog, waar motoren weren gebouwd die soms 9,5 meter hoog waren. Ik ben daar ook wel eens bang geweest hoor. Als je nagaat dat alleen die krukassen al ruim 100 ton wogen. Zo'n hele motor van 18.000 p.k. woog toch al gauw 600 ton".

Gerrit:

“Ik hou juist wel van die grote motoren. Die dingen doen me wat. Ik ben dan ook 22 jaar met die dingen op karwei geweest. Ik heb alle Nederlandse werven van binnen en uiten gezien, plus de nodige buitenlandse. Ik hield nl. als monteur het toezicht op de inbouw van de motoren in de schepen. Zo’n bedrijf kocht de motor namelijk “franco wal met monteur voor toezicht en in bedrijfstelling”. Daar was je dan wel een maand of drie mee ezig. De opbouw van het schip ging gelijk op met de inbouw van de machine. Het was altijd spannend als de machine voor het eerst in bedrijf gesteld moest worden. Het bleef een gok, maar het is nog nooit gebeurd, dat-ie niet lopen wou. Je mocht dan ook mee op de proefvaart en dat was een hele gebeurtenis. Vooral op zo’n groot schip met een bar en een zwemad aan boord”.

 Het plaatsen van een 4-delig kolommendeel in een schip

"Een voldaan gevoel als je zag dat je met z’n allen iets gemaakt had”.

Gerard:

“In Hengelo had zo’n machine dan ook al proefgedraaid. Als het moment kwam dat-ie klaar was….. als de baas ‘m aanzette en alles draaide en op en neer ging…. Dat was toch zo ’n prachtig gezicht. Wel een toestand trouwens voor de omgeving van de fabriek, want door de luchtdruk klepperden alle ramen als een gek in de wijk Tuindorp. Nu zou zo’n bedrijf waarschijnlijk geen topestemming meer voor zoiets krijgen. Al die inspraken en zo. Maar ’t gaf je een heel voldaan gevoel als je zag dat je met z’n allen iets gemáákt  had. Alle mensen van de ketelmakerij, pijpenbuigerij, gieterij, bankwerkerij…. Het was echt precisiewerk, om al die onderdelen in elkaar te zetten. Het moeilijkst was het om de moeren vast te slaan. Dan kreeg je een riem om je lijf en ééntje hield je dan vast, want je moest wel bijna 10 meter hoog met een grote voorhamer er op slaan. Gevaarlijk ook want het is wel eens gebeurd, dat het ijzer van de steel afvloog. Ernstige ongelukken zijn daar trouwens zelden bij gebeurd. Eén keer vloog er een haak van een kraan bij een transport en één keer was er een explosie toen in een hal een nieuw soort motor werd getest”.

Gerrit:

“Het was wel hard werken. Je werd wel eens drijfnat van de olie, maar dat kon je geen klap schelen. We werden vaak voor gek verklaard, omdat we echte doordouwers waren. Het was haast normaal om 53 uur per week te werken. Als het moest ook nog op zaterdag en zondagmorgen. Ja, wat wil je! Zo’n machine moest op een bepaalde datum worden geleverd. Ging het proefdraaien hier goed, dan moerst zo’n machine worden gedemonteerd en naar de plaats van bestemming worden getransporteerd (meestal over water). Daar was dan weer een bok ingehuurd om alles te hijsen. Maar je vond het niet erg om hard te werken. Je produceerde iets en je had plezier met elkaar. Maar ja, dat is verleden tijd. We legden het af tegen de low-speed machines, die goedkoper waren en bovendien wilde de scheepvaart de motorbouw meer centraal aan de waterkant. Men komt er nu een beetje op terug, want onze motoren vertoonden toch miner slijtage en men kon gerust een minder kwaliteit olie gebruiken”.

“We hebben de directie nog gevraagd door te gaan met de dieselmotoren”

Gerard:

”Toen de laatste motoren gebouwd moesten worden-drie voor de KPM en 6 voor Joegoslavië- zijn we nog bij de directie geweest. We hebben ze gevraagd alsjeblieft met de bouw van de dieselmotoren door te gaan, al verdienden ze er misschien niks aan, tot er een ander product zou zijn ontwikkeld. Als je stopt gooi je een heel stuk kennis weg. Een dat is dan ook gebeurd helaas…”.

Gerrit:

”Ach…. We waren gewoon te duur, we gingen te weinig met de tijd mee. We hadden echt veel goedkoper gekund. De kostenbewaking van het bedrijf  is niet goed geweest en dat was de doodsteek. Om maar één voorbeeldje te geven: een hele week proefdraaien voor één motor was echt niet nodig. Maar wat we gepresteerd hebben is enorm. Vroeger stond je er ook alleen voor. Droeg je ook veel meer verantwoordelijkheid. Helemaal als je alleen in het buitenland was”.

Gerard:

”Een weet je nog die enorm sterke motor? Dan praat ik over zes cilinders. Een wereld record. Zelfs Anton Geesink -toen de sterkste man van de wereld- werd daar omwillen van de reclame voor uitgenodigd”.

Gerrit:

”Het was een goeie gemeenschap. Ik voelde me er helemaal thuis. Mensen vragen me nu nog wel eens om foto’s uit die tijd. Daar zat tenminste leven in. Weet je wat een collega uit die tijd nu doet: aanspreker bij een begrafenisondernemer. Nou vraag ik je!”

  • Nederlands
  • Deutsch
  • English

praat-mee-button.jpg

Toelichting Forum/gastenboek:

U kunt uw mening kwijt of een vraag stellen op het forum. Als u een bericht plaatst dan is dit te lezen door iedereen die de site bezoekt.

Wilt u het bestuur rechtstreeks benaderen met uw mening of vraag dan kunt u een mail sturen naar info@sos-hotlo.nl

We houden ons aanbevolen voor :

• Herinneringen.
• Suggesties.
• Ideeën.
• ….
 _____________________________

Voor een overzicht van nieuwe inhoud zie:      > nieuw op site
______________________________

 ANBI_FC.jpg
De Stichting SOS-HOTLO is erkend als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Schenkingen aan een ANBI instelling komen in aanmerking voor belastingvoordeel.
______________________________

Disclaimer