m.s._OranjeNassau_1957.jpg

m.s.

Oranje Nassau       

Fabrieksbode 1957

“Oranje Nassau" is de naam van het nieuwe vlaggeschip van de KNSM. Dit 7000 ton metende vracht-passagiersschip heeft een machinekamer installatie, die door nauwe samenwerking tussen de afzonderlijke fabrieken geheel door de V.M.F. is verzorgd. De levering van de machinekamerinstallatie werd opgedragen aan Stork, die de hoofdmotor, ketels en het grootste deel van de pompen fabriceerde, de hulpmotoren zijn van Werkspoor, welke fabriek tevens de montage verzorgde. Het schip, dat gebouwd is bij de werf Gebr.Pot te Bolnes, kan 184 passagiers vervoeren, waarvan 68 in groepsaccommodatie. De lengte over alles bedraagt 131 m, de grootste breedte is 17,2 m.

Als hoofdmotor is een direct omkeerbare enkelwerkende Stork tweetakt motor met langsspoeling en drukvulling geïnstalleerd, welke een vermogen kan ontwikkelen van 4500 aspk bij 140 omw./min.
Grote aandacht is besteed aan een goede passagiersaccommodatie, waarbij vooral de mogelijkheid van trillingen nauwkeurig werd bestudeerd. De adviezen van Prof. Biezeno en Prof. Koch in deze hebben tot zeer gunstige resultaten geleid.
In de machinekamer heeft men gestreefd naar een geperfectioneerd ontluchtingssysteem, waartoe speciale afzuigingen zijn aangebracht.

De hoofdmotor

De hoofdmotor van de “Oranje Nassau" is een negen cilinder enkelwerkende tweetakt Stork-dieselmotor met langsspoeling en drukvulling, type HOTLo 9x54x115, boring 540 mm, slag 1150 mm. De motor heeft vijf Brown- Boveri drukvulgroepen. Met haar 4500 aspk bij 140 omw./min geeft deze motor het schip een snelheid van 15 kn.
De motor is ingericht voor het gebruik van zware olie als brandstof , waartoe zoals gebruikelijk bij dit type Stork motor een volkomen afscheiding tussen krukkast en cilinderruimte is aangebracht. De uitlaatgassen verlaten de cilinder via een viertal kleppen in de kop.
Deze uitlaatkleppen zijn door korte verbindingsleidingen met de ter hoogte van de cilinderdeksels op de motor aangebrachte drukvulgroepen verbonden. De vorm van deze leidingen is zodanig gekozen, dat het verlies aan kinetische energie zoveel mogelijk wordt beperkt, wat gunstig is voor de gasturbines, die werken volgens het stootsysteem. Per twee naast elkaar gelegen cilinders is een drukvul groep aanwezlg, voorzien van een dubbele gasinlaat. De verbrandings volgorde van de cilinders is zo gekozen, dat de uitlaatstoten met regelmatige tussenpozen aan de vijf gasturbines worden toegevoerd.
De spoellucht wordt na de compressie in de turboblowers met zeewater gekoeld en treedt de cilinders binnen door tangentiaal gerichte spoelpoorten, die aan de onderzijde van de cilindervoering over de gehele omtrek zijn aangebracht.

Constructie van de hoofdmotor

De gelaste stalen fundatieplaat is uitgevoerd met gietstalen lager ondersteuningen, en is na het lassen, geheel spanningsvrij gegloeid, evenals de ook als lasconstructie uitgevoerde kolommen.
De krukas bestaat uit twee smeedstukken, die door flenzen met ruimbouten stevig zijn verbonden. De krukwangen hebben geen doorboringen voor de smeerolie, omdat deze aan het krukpenlager vanaf het kruishoofd wordt toegevoerd door een centrale boring in de drijfstang.
De gietijzeren cilindermantels zijn door zware flenzen met ruimbouten tot een stevig cilinderblok verenigd.
De chroomgeharde cilindervoeringen worden boven de spoelpoorten met zoetwater gekoeld.
Voor het opnemen van de krachten die optreden tengevolge van de verbrandings drukken, zijn lange trekankers aangebracht, die reiken van het onderste gedeelte van de fundatieplaat tot bovenaan de cilinderblokken.
De zuigers zijn uit twee gedeelten opgebouwd, namelijk een molybdeen gietstalen kop en een gietijzeren geleidering van iets grotere diameter, die beide door elastische tapeinden op de flens van de zuigerstang zijn bevestigd. De koeling van de zuigerkop geschiedt met smeerolie, die door een pijp in de zuigerstang wordt toegevoerd en door de cilindrische ruimte tussen deze pijp en de boring in de zuigerstang weer afgevoerd.
Het smeedstalen kruishoofd is bevestigd op de gietstalen leistof, die door middel van, met witmetaal gevoerde vlakken, op de met zoetwater gekoelde leibaan loopt. De met zoetwater gekoelde molybdeen gietstalen cilinderdeksels, bevatten elk vier, in afzonderlijke zoetwater gekoelde klephuizen gemonteerde uitlaatkleppen, alsmede een centraal geplaatse verstuiver, een aanzetklep, een veiligheidsklep en een indicateurkraan. De verbrandingsruimte is geheel in het deksel ondergebracht. De uitlaatkleppen worden twee aan twee bediend door de hooggelegen nokkenas. Deze nokkenas wordt via een gemakkelijk nastelbare ketting door de krukas aangedreven. Zij kan met behulp van druklucht in axiale richting worden verschoven voor het omkeren van de draairichting. Direct boven de nokkenas liggen de brandstofpompen, die door zeer korte leidingen met de veerbelaste naaldverstuivers zijn verbonden.

Smering

Alle inwendige draaipunten worden onder druk gesmeerd. Een afzonderlijk opgestelde pomp voert de olie voor smering en zuigerkoeling toe. De hoofdlagers krijgen olie uit de gemeenschappelijke toevoerleiding, de olie voor de krukpenlagers, de kruishoofdlagers, de leistof en de zuigerkoeling wordt door een scharnierpijp via het kruishoofd toegevoerd. In de toevoer naar de kruishoofdlagers bevindt zich bovendien nog een hogedrukpomp, die bestaat uit twee plungerpompen, die hun beweging ontlenen aan de schommelende beweging van de kruishoofdlagers.
Voor smering van de cilindervoering heeft elke voering een eigen smeerapparaat.
De manoeuvreerstand is geplaatst tussen cilinders 3 en 4 voor bediening vanaf de machinekamervloer. Zij omvat een manoeuvreerwiel en een omkeerhandel, welke onderling zijn vergrendeld, voorts een brandstofhandel en een handwiel voor het regelen van de veiligheidsregulateur.

Hulpmotoren

Voor de opwekking van elektriciteit zijn vier hulpaggregaten aanwezig, gedreven door Werkspoor-dieselmotoren van het type TMA276, elk met een vermogen van 360 pk bij 375 omw./min. Deze zes-cilinder trunkzuigermotoren werken volgens het viertaktprincipe. Zij hebben een boring van 270 mm en een slag van 500 mm. Deze motoren staan vóór de hoofdmotoren opgesteld, en drijven elk een gelijkstroomdynamo aan van 220 kW , 220 Volt.
De motoren zijn opgebouwd uit een eenvoudige gietijzeren fundatieplaat, waarop een rechthoekig gegoten framekast is geplaatst, die door trekankers op de fundatieplaat is bevestigd. De gietijzeren cilinderdeksels zijn watergekoeld en bevatten in het midden een bronzen bus, waarin de verstuiver is ondergebracht.
De hooggelegen nokkenas wordt door de krukas via tandwielen aangedreven. De koeling geschiedt met zout water.
Het havenaggregaat bestaat uit een 72 pk dieselmotor met een gelijkstroomdynamo van 45kW, 220Volt, en een compressor met een capaciteit van 32 m3/uur bij 30atm.
Elke hulpmotor is uitgerust met een afzonderlijke vonkenvanger.

Pompen

Aangezien de hoofdmotor is ingericht voor bedrijf met zware olie, doch ook op dieselolie moet kunnen werken, zijn trimpompen voor zowel zware olie als dieselolie opgesteld, waarbij de eerste een capaciteit heeft van 40 t/h en de tweede een van 15 t/h beiden met een opvoerhoogte van 30 mwk. De boosterpompen, de zware oliepompen en de dieseloliepompen, hebben elk een capaciteit van 3 t/h bij een opvoerhoogte van 60 mwk en zijn in duplo opgesteld.
Er zijn 2 pompen voor koel- en smeerolie van gelijke capaciteit, nl. 115 m3/h bij 40 mwk. opvoerhoogte; één van deze pompen dient als reserve. Bovendien is een smeerolie-centrifuge pomp aanwezig met een capaciteit van 3 t/h bij 60 mwk.
Aan de bedieningszijde van de motor staan twee hoofdkoelwater aggregaten, elk bestaande uit een zeekoelwaterpomp, type Stork SHS-22-20 A met een capaciteit van 225 m3/h bij 15 mwk. opvoerhoogte en een zoetkoelwaterpomp type Stork SHS-22 -20 A met een capaciteit van 160 m3/h bij 12 mwk. opvoerhoogte.
De twee koelwaterpompen voor het compressor koelwateraggregaat zijn eveneens van Stork-fabrikaat, type BH 171, met elk een capaciteit van 6 m3/h bij 15 mwk. opvoerhoogte. Dit zijn Stork seriepompen, die in een speciale pompenfabriek van Stork in Assen worden gemaakt.
Ook andere typen seriepompen zijn, in deze machinekamerinstallatie toegepast, nl. vier hydrofoorpompen, type VGZ en BH, twee warmwater circulatiepompen type UE5G, twee koelwaterpompen voor de brandstofkleppen en een koelwaterpomp voor de vriesinstallatie.
De algemene dienstpomp van het type Stork NUB 37 R-10 heeft een capaciteit van 90 t/h bij 40 mwk. opvoerhoogte. Voorts staan twee lens-ballastpompen opgesteld, die elk 90 ton per uur kunnen verwerken bij een opvoerhoogte van 60 mwk. en een noodlenspomp van dezelfde capaciteit.

Centrifuges

Voor het reinigen van de brandstof staan in een afzonderlijke ruimte ter hoogte van het brandstofpomp bordes twee purifiers voor zware brandstof en twee clarifiers voor zware brandstof, met elk een capaciteit van 5000 l/h.
De beide smeeroliecentrifuges en de centrifuges voor de dieselolie zijn eveneens in deze ruimte ondergebracht. Deze hebben elk een capaciteit van 2100 l/h.

Alle koelers die voor deze installatie zijn toegepast, zijn van het fabrikaat Stork-Jaffa, behalve die voor de hulpmotoren, die in Werkspoor standaard uitvoering zijn geleverd.
De levering van Stork-Jaffa omvat twee smeerolie-koeloliekoelers, een koeler voor het brandstofklep koelwater, drie zoetkoelwater-koelers voor de hoofdmotor en twee koelers voor het koelwater van de compressoren.

Stoomketels

Voor stoomopwekking bevindt zich in de machinekamer aan uitlaatzijde van de hoofdmotor ter hoogte van de bedieningsvloer een Stork S.V.W.-ketel (Scheeps-Vlampijp-Waterpijp-ketel) met een V.O. Van 110 m3, die 3000 kg stoom per uur levert met een maximum druk van 7 atm. Deze ketel is van het normale door Stork geleverde oliegestookte type met twee vuurgangen, gelaste vlampijpen, geheel gelaste en daarna spanningsvrij gegloeide romp.
De uitlaatgassen-ketel van het type Stork-Clarkson is een geheel nieuwe uitvoering, waarbij de doppen die in de rookgasstroom steken, niet alleen aan de binnenzijde uitsteken, zoals gebruikelijk, maar ook in de gasstroom, die de ketel aan de buitenzijde passeert.
De binnenruimte van deze ketel kan met oliebranders worden verwarmd. Werkt de ketel alleen met uitlaatgassen dan bedraagt de stoomproduktie 600 kg per uur, stoomdruk 4kg/cm2. De maximale stoomproduktie met gebruikmaking van de oliebranders is 2000 kg per uur. Totaal dus 2600 kg stoom. Deze ketel dient tevens als geluiddemper voor de hoofdmotor.

Verdamperinstallatie
De verdamperinstallatie is in licentie van Caird & Rayner door Stork vervaardigd en bestaat uit een tweetrapsverdamper (30 ton per 24 uur) en een destilleer condensor.
Totaal zijn hier zes pompen geïnstalleerd, nl. een zeewatercirculatiepomp type UF, (22 m3/h bij 22 m), een condensaatpomp en een breinpomp, beide van het type HLC (2 t/h bij 18,5 m), een waterringvacuum- en een waterringbeluchtingspomp (elk 30 m3/h bij 7 m) en een beluchter.

 

 Terug naar < uitbreiding>   >>

 Terug naar < 1e 3-cilinder  >>

 

  • Nederlands
  • Deutsch
  • English

praat-mee-button.jpg

Toelichting Forum/gastenboek:

U kunt uw mening kwijt of een vraag stellen op het forum. Als u een bericht plaatst dan is dit te lezen door iedereen die de site bezoekt.

Wilt u het bestuur rechtstreeks benaderen met uw mening of vraag dan kunt u een mail sturen naar info@sos-hotlo.nl

We houden ons aanbevolen voor :

• Herinneringen.
• Suggesties.
• Ideeën.
• ….
 _____________________________

Voor een overzicht van nieuwe inhoud zie:      > nieuw op site
______________________________

 ANBI_FC.jpg
De Stichting SOS-HOTLO is erkend als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Schenkingen aan een ANBI instelling komen in aanmerking voor belastingvoordeel.
______________________________

Disclaimer