| |
|
 |
|
|
|
 |
|
Een speciale uitgave van de "Fabrieksbode" met daarin een ode aan de jubilaris door C.T. Stork |
| lees meer >> | |
 |
Het jubileum
v.d.heer
Ir. J. Overweg |
|
Onder de tonen van Grieg's Huldigingsmars uit ”Sigurd Jorsalfar", gespeeld door ”Armonia", betraden de heer en mevrouw Overweg met de naaste familieleden de zaal en begaven zich naar hun zetels, die waren opgesteld op een klein podium voor het toneel. Allen verhieven zich van hun plaatsen en staande werd de huldigingsmuziek aangehoord. Een treffend ogenblik. Nadat de laatste tonen van de muziek waren verklonken trad de heer Joh, A. Avéres naar voren en sprak den jubilaris als volgt toe : |
|
Rede van de heer Joh, A. Avéres |
|
“Waarde jubilaris, Mede uit naam van Charles Stork is het mij een groot genoegen je van harte geluk te wensen met deze dag, die voor ons allen in de Fabriek een bijzondere betekenis heeft. Met gemengde gevoelens heb je zeker deze dag tegemoet gezien. Ik weet, dat het je niet gemakkelijk is zo in de belangstelling van het gehele personeel te staan. Je hebt echter in de jaren, die achter ons liggen zo dikwijls een jubilaris toegesproken, dat wij verheugd zijn nu de gelegenheid te hebben uiting te geven aan onze waardering voor het vele en belangrijke werk, dat jij voor de fabriek hebt gedaan en het licht te kunnen laten schijnen over jouw grote verdiensten. Wij, die dagelijks naast je staan, en de gehele technische staf zijn er van overtuigd, dat de fabriek aan jou een leider heeft gehad en nog heeft, die men zeker zelden aantreft en met een lantaarntje zou moeten zoeken. Je grote technische kennis is in ons land en ook ver daar buiten bekend en wij hebben het voorrecht genoten, dat je deze buitengewone bekwaamheden in dienst van onze fabriek hebt willen stellen. |
Suikertechnicus |
|
Als jong ingenieur kwam je hier. Toen de Machinefabriek begon met de bouw van stoomturbines ging je op verzoek van mijnheer Coen enige tijd naar Zürich om je op dit gebied te bekwamen. Na je terugkomst werd je constructeur op de turbine-afdeling. We hadden toen onze eerste turbine-opdracht van de Staatsmijnen. In de jaren, die je op de Turbine-afdeling was, werd op jouw initiatief met de bouw van de grote HD. en L.D. centrifugaalpompen begonnen. Na hier enige jaren werkzaam te zijn geweest ging je je voorbereiden in de Suikerafdeling om als onzen vertegenwoordiger naar Indië te worden uitgezonden. Van 1912 tot 1920 was je daar werkzaam en dat je onze belangen goed behartigde blijkt wel uit de grote bestellingen, die in die jaren bij onze fabriek werden geplaatst. Behalve dat ie succes had, was je ook een graag geziene gast bij vele directies, eerstens natuurlijk om je persoon, doch daarnaast ook om de vele adviezen, die je op allerhande gebied gaf. Hoe hoog men je op Java schatte, moge blijken uit een uitlating van een der leidende suikeringenieurs uit die tijd, die je de primus onder de suikertechnici op Java noemde. Bij je terugkeer in Holland kreeg je in 1920 procuratie, volgde in 1925 je benoeming tot adjunct-directeur en in 1931 tot directeur onzer vennootschap. Toen in 1930 de economische wereldcrisis steeds verder om zich heen greep, moesten wij uitzien naar de vervaardiging van een nieuw product ter vervanging van de zware machinerieën, die voorheen aan de suikerindustrie werden geleverd. |
Dieselmotoren |
|
De beslissing werd toen genomen, dat wij ons zouden gaan toeleggen op de bouw van zware dieselmotoren, o.a. voor de voortstuwing van schepen en ook van snellopende dieselmotoren. De ontwikkeling van deze nieuwe tak van ons bedrijf werd geheel aan jouw leiding toevertrouwd en met groot succes. Besloten werd licentie te nemen van de A.E.G.. Na een korte voorbereiding volgde in Mei 1930 de eerste opdracht voor een motor van 180 pk voor de sleepboot van Van Gelderen in Tricht. Kort daarop volgde een vooral voor die tijd grote bestelling voor een landinstallatie, n.l. Twee 4-tact motoren voor het Gemaal Duurswold in de Provincie Groningen. Wij deden toen ook reeds moeite om een grote scheepsmotor in opdracht te krijgen, doch dit wilde niet lukken. Wel hebben wij in 1930 nog enige motoren in opdracht gekregen voor Rijnschepen en kustvaarders en in begin 1931 motoren voor polders en waterleidingbedrijven. Dit waren echter alle motoren met een vermogen van 180 tot 240 pk. De eerste motor, bestemd voor Van Gelderen in Tricht, kwam op het eind van het besteljaar nog klaar en gezien de volkomen onbekendheid, die wij toen nog met dieselmotoren hadden, moet het als een zeer grote prestatie beschouwd worden, dat deze machine in zo'n korte tijd gereed kon komen. |
Het eerste succes |
|
In April-Mei 1931 - en wij waren toen aangeland in de allerslechtste tijd, die de Machinefabriek ooit gekend heeft - is het jou met steun van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. na heel veel moeite gelukt van Westfal Larsen, Noorwegen, een zeer grote opdracht te krijgen, n.l. de installaties voor drie schepen. Het waren 7-cilinder motoren elk met een vermogen van ca. 7000 pk. Dit was toen een enorme opdracht, die ook in betrekkelijk korte tijd tot aflevering gebracht moest worden. Deze grote bestelling was een succes en heeft de stoot gegeven tot verdere zeer belangrijke opdrachten voor de fabriek. Een jaar later volgden grote opdrachten: allereerst de machine-installaties voor de “Tarn" en de “Tricolor" van de rederij Wilhelmsen te Oslo en voor de m.s. “Aagtekerk" en “Almkerk" van de Ver.Ned.Scheepvaart Mij. in Den Haag. Kort daarop gevolgd door de installaties voor de m.s. “Bloemfontein" en “Jagersfontein", eveneens voor de Ver. Ned. Scheepvaart Mij. Opdrachten van andere rederijen zijn toen in de volgende jaren voor de oorlog in snel tempo gevolgd. En gelukkig was het mede dank zij jouw grondige voorbereiding mogelijk nu na de bevrijding een aantal belangrijke bestellingen voor binnen- en buitenland te boeken, zodat wij op het ogenblik verschillende dieselinstallaties met een gezamenlijk vermogen van meer dan 100.000 pk in opdracht hebben. |
Leiding geven |
|
Dat wij in ons land en ook daarbuiten met onze fabrikaten, motoren, ketels, turbines, pompgemalen aan de spits staan, hebben wij aan ons personeel, doch ook voor een groot gedeelte aan jouw bekwaamheden te danken. Je stelt vaak hoge eisen aan de mensen, die onder je staan, hebt vaak een scherpe critiek, doch deze is altijd opbouwend en in het belang van de fabriek. En als je eisen stelde, dan waren allen ervan overtuigd, dat deze nog ver lagen beneden hetgeen je jezelf als taak had opgelegd. En nu wilde ik nog graag iets zeggen als vriend. We hebben ons dikwijls afgevraagd hoe het mogelijk is, dat je jaar in jaar uit een dergelijke arbeidsprestatie kunt leveren, zonder dat dit gaat ten koste van je gezondheid. Wij hopen, dat het je mogelijk is je grote activiteit wat te beperken; je moet wat zuiniger met je zelf omgaan, want hiervan zijn wij allen overtuigd: wij kunnen je nog niet missen. |
Met dank |
|
Het doet ons allen groot genoegen, dat ook U, mevrouw Overweg, hier aanwezig bent. U hebt op deze feestdag, hopen wij, mede aangevoeld de grote waardering, die wij voor Uw man hebben. Wij danken ook U voor de wijze,waarop U al deze jaren Uw man terzijde hebt gestaan en voor alle opofferingen, die U zich voornamelijk in de Indische jaren hebt moeten getroosten. Jubilaris, ik ken je gevoelens ten opzichte van de fabriek. Het is mij daarom een groot genoegen je de gouden medaille te mogen overhandigen en je daarbij uit naam van ons allen dank te zeggen voor alles wat je voor de fabriek gedaan hebt. Tenslotte nog een persoonlijk woord namens Charles en mij om je te bedanken voor de wijze, waarop wij in vriendschap en goede harmonie deze jaren hebben kunnen samenwerken. Wij zijn het natuurlijk niet altijd samen eens geweest, maar ik weet, dat het bij het nemen van beslissingen steeds de bedoeling is geweest in de eerste plaats de belangen van personeel en fabriek in het oog te houden. Charles en ik willen je daarom op deze dag als herinnering een cadeau aanbieden. Het is niet eenvoudig in deze tijd iets te vinden, maar we hebben ons oor bij je thuis te luisteren gelegd en we hopen nu maar, dat deze Friese klok naar je zin mag zijn." |
|
Rede Ir.W.H.van Leeuwen, president commissaris |
|
|
Vervolgens werd het woord gevoerd door den heer Ir.W.H.van Leeuwen, President-commissaris onzer Vennootschap, die den jubilaris namens de commissarissen aldus toesprak :
“Hooggeachte jubilaris, Ik stel het bijzonder op prijs om hier ten overstaan van Uw mede-directeuren, waaronder ik tot mijn genoegen ook den heer Charles Stork weer aanwezig zie, de onder-directeuren, de vertegenwoordigers van de dochterondernemingen en van zo vele leden van het personeel van de Machinefabriek, namens de commissarissen ter gelegenheid van Uw 40-jaríg jubileum blijk te geven van onze waardering. Men zou de vraag kunnen stellen, of een commissaris wel in de gelegenheid is U op de juiste waarde te schatten. Het feit echter, dat in ons college twee leden ook de titel dragen, die U destijds in Delft hebt veroverd, en de omstandigheid, dat, wie met U omgaat onder de indruk komt van Uw buitengewone persoonlijkheid, geven mij de vrijheid om hier namens de commissarissen te durven zeggen, dat de Machinefabriek - en onder dit begrip omvat ik zowel de leden van het personeel als de aandeelhouders - dankbaar mag zijn, dat U gedurende veertig jaar Uw werkzaamheden aan onze onderneming hebt willen geven". Spreker roemde het bezadigde, heldere oordeel van den jubilaris op allerlei gebied en voegde daar aan toe, dat ook van buiten de fabriek talrijke klanken van waardering tot hem waren doorgedrongen. |
Noorwegen |
|
|
“Wie Stork zegt” , aldus de heer Van Leeuwen, “zegt tevens Overweg en het is aan U te danken dat een groot aantal bestellingen, waaronder de allermoeilijkste, aan de fabriek zijn toegevoerd" Vervolgens deed de spreker uitkomen, welk een belangrijk aandeel de heer Overweg had in de ontwikkeling van de Dieselmotorenbouw bij Stork. “ U hebt het weten te verstaan in een betrekkelijke korte spanne tijds deze motoren hier tot grote ontwikkeling te brengen. Het komt overeen met Uw bescheidenheid, dat nog steeds van een Stork-Hesselman-motor wordt gesproken, maar in de kringen van gebruikers meent men, dat men die motor met meer recht Stork-Overweg-motor zou kunnen noemen." Hierna bracht de heer Van Leeuwen de recente mooie orders uit Noorwegen ter sprake, waarvan het verkrijgen aan de bemoeiingen van den heer Overweg te danken is geweest. |
Regulateur |
|
|
Als blijk van zijn buitengewone hoogachting en de grote waardering en hartelijke sympathie, die de commissarissen voor den jubilaris koesteren, bood de heer Van Leeuwen hem een stoffelijk geschenk aan in de vorm van een bureaugarnituur. De heer Van Leeuwen besloot met de wens uit te spreken, dat de heer Overweg voortaan meer rust zou kunnen genieten, want de achter ons liggende jaren en vooral de laatste vijf, waren voor het leiden van een bedrijf als de Machinefabriek natuurlijk niet gemakkelijk. Ik kan mij voorstellen”, zei de heer van Leeuwen, “dat gij als constructeur van machines, die, ook wanneer zij lange jaren gelopen hebben, nog steeds een grote overbelasting kunnen verdragen, toch Uw eigen menselijke machine voor overbelasting zult willen sparen. Ik wens van harte, dat U daaraan aandacht zult kunnen wijden en dat U tijd zult kunnen vinden voor zijn herziening, goede smering en juiste afstelling van de regulateur. Moge U die regulateur wat lager stellen want ten slotte hebben wij slechts één wens, en deze is, dat de menselijke machine in den persoon van jubilaris Overweg nog vele jaren zal mogen blijven draaien tot heil van de Machinefabriek Gebr. Stork."
|
|
Rede de heer Ir.O.van den Toorn |
|
|
Hierop nam de heer Ir.O.van den Toorn plaats achter de voor sprekers opgestelde lessenaar en richtte zich als volgt tot den jubilaris :
“Geachte jubilaris, Namens de kring van Uw naaste medewerkers wens ik U en Uw naaste familie van harte geluk met Uw 40-jarig jubileum. Tot deze naaste medewerkers behoren velen, die meer dan de helft van deze veertig jaren onder Uw leiding hebben gewerkt." De heer Van den Toorn liet het licht vallen op het grote aandeel, dat de jubilaris had in de ontwikkeling van de constructie van het gehele veelzijdige fabricageprogramma van Stork. “Uw grote kennis en onvermoeide arbeid", aldus de spreker,”heeft op ons allen stimulerend gewerkt." Ook de heer Van den Toorn schilderde het belangrijke werk van deze jubilaris bij de bouw van dieselmotoren aan onze fabriek. “Dat deze dieselmotoren zulk een groot vertrouwen genieten van vele rederijen in ons land en daarbuiten, is voor een groot deel te danken aan Uw werk. Ik weet, dat U het niet zo voelt en veeleer geneigd bent anderen in Uw succes te laten delen. Wij beschouwen het echter als een succes voor U persoonlijk, zonder daarbij anderen te kort te doen. Ik acht het een voorrecht dit eens duidelijk te mogen uitspreken.” Spreker-eindigde met de volgende woorden, “Niet alleen, dat U gedurende veertig jaren aan onze fabriek Uw beste krachten hebt gegeven stemt ons tot grote vreugde, doch bovenal het feit, dat U in Uw dagelijks werk als ingenieur steeds een grote voldoening hebt gevonden. Dit maakt deze dag tot een feestdag voor U en voor ons allen. Ik wil thans eindigen met de oprechte wens uit te spreken, dat wij nog lange tijd onder Uw leiding zullen mogen voortwerken tot heil van de fabriek en allen, die daaraan zijn verbonden." |
|
Rede de heer W. Klein Klouwenberg |
|
|
Vervolgens was het woord aan den heer W. Klein Klouwenberg, voorzitter van de Beambtenkern, die aldus sprak:
“Hooggeachte jubilaris, Als voorzitter van de Beambtenkern, is mij verzocht enige woorden tot U te richten. Ik heb dit met vreugde aanvaard, omdat ik U in de loop der jaren als een hoogstaand mens en humaan directeur heb leren kennen en waarderen." De heer Klein Klouwenberg liet in zijn toespraak uitkomen, dat er in de tijd, die nu achter ons ligt, jaren van hoogconjunctuur en depressie waren geweest, en dat het de heer Overweg was, die in de magere jaren de dan broodnodige bestellingen, meestal tegen zware concurrentie in, wist te bemachtigen. “Eén jaar wil ik echter nog wat scherper belichten", zo vervolgde spreker, namelijk het jaar 1925, toen U tijdelijk de leiding van de Suikertekenkamer naast Uw andere werk waarnam. Wij hadden toen zeer veel werk, dat, zoals destijds normaal was, voor de nieuwe campagne gereed moest zijn. Men hoort tegenwoordig zo vaak zeggen “er zit schot in"; in die tijd werkten wij niet met slagzinnen, maar ik kan U verzekeren, dat er toen wél schot in zat, U stelde aan ons zeer hoge eisen, maar er was niemand, die dat erg vond. De oorzaak daarvan was, dat U zo'n prachtig voorbeeld gaf, want U was zelf de hardste werker. Mijnheer Overweg, namens de beambten, zowel de administratieve, als de technische, dank ik U namelijk voor alles, wat U voor de fabriek, dus ook voor ons, hebt gedaan." |
|
|
Rede de heer H. Herder |
|
|
De heer H. Herder, voorzitter der Werkliedenkern, die hierna naar voren trad, hield de volgende toespraak :
“Geachte jubilaris en familie,
Gaarne voldoe ik aan het verzoek, namens de werklieden op Uw 40-jarig jubileum enkele woorden tot U te spreken. Uw drukke bezigheden verhinderen een veelvuldig persoonlijk contact met de werkplaats, maar de naam Overweg is daar maar al te goed bekend. Het overgrote deel van ons weet, dat een belangrijk gedeelte van het werk in de fabriek aan U te danken is." Spreker gaf namens de kern de belofte, dat allen in de fabriek hun best zouden doen om de jongste belangrijke opdrachten, die de heer Overweg had weten te verwerven, tot volle tevredenheid van de opdrachtgevers uit te voeren. Hierna wijdde de heer Herder woorden van grote waardering aan den jubilaris voor de doeltreffende adviezen, welke deze aan de kernleden gaf in de bezettingstijd, toen men dikwijls voor netelige problemen werd gesteld. Spreker besloot met de volgende woorden : “Mijnheer Overweg, Uw arbeidzaam leven waarborgt U, dat U steeds met genoegen op de veertig jaar, verbonden aan de fabriek, terug zult kunnen zien, Deze fabriek is mede door Uw werk in die tijd groot geworden. Wij wensen U nog vele gelukkige jaren toe, en danken U voor het vele, dat U in de afgelopen veertig jaren voor de fabriek en dus voor allen hebt gedaan."
|
|
Rede heer H. Wevers |
|
|
De volgende in de rij van sprekers was de heer H. Wevers, die namens het gehele personeel de volgende huldigingstoespraak hield :
“Mijnheer Overweg, Men heeft mij verzocht om ook een steentje bij te dragen tot deze huldiging en wel namens het gehele personeel, symboliserend het samengaan van allen. Deze opdracht was mij zeer aangenaam, omdat ik daarmede gelegenheid kreeg U eens ronduit te zeggen, wat ik op het hart heb. Tot de taak van een spreker op een jubileum behoort het, om uit het verleden van een jubilaris zooveel mogelijke goede eigenschappen en verrichtingen op te diepen. Nu, wat dit betreft hebben de sprekers vandaag een dankbare en gemakkelijke taak." De heer Wevers vertelde vervolgens van het eerste contact dat hij in Sept. 1888 met den jubilaris had, toen hij gelijk met deze op de lagere school aan de Oldenzaalschestraat kwam. Later had hij met den heer Overweg jaren achtereen samengewerkt op 't Agentschap te Soerabaja. Over de arbeid van den heer Overweg in de suikerwereld, zei de heer Wevers: “U genoot niet alleen als ingenieur, maar ook als mens op Java - een waardering en hoogachting, die nog lang na Uw repatriëring een gunstige invloed hadden op de relaties met verschillende cultuurmaatschappijen, en daardoor hun nut afwierpen, zowel direct voor de Machinefabriek Stork, als indirect voor het personeel." Nadat de heer Wevers nog zijn hartelijke gelukwensen met het 40-jarig jubileum had uitgesproken, en daarin ook mevrouw Overweg betrok, ging hij over tot het aanbieden van de stoffelijke blijken van waardering van het gehele personeel. |
Motor van het schip |
|
|
Allereerst bood hij de schets van een bord van Delfts blauw aan. Het bord zelf was door een ongeluk bij de vervaardiging helaas niet op tijd gereed gekomen. De beschildering stelde voor een gezicht op het dek van een motorschip en het bijschrift, van de hand van den heer C.Beets, luidde :
De scheepvaart is voor Holland d'adem van het leven De motor is van 't schip het kloppend stuwend hart En slechts eens meesters hand kan aan dat harte geven Den vasten stagen klop, die wind en golven tart.
Den meester eeren wij, die zich in veertig jaren Heel zijn taak gewijd, met kundig overleg. En menig schip ontleent, bij het snel en veilig varen, Zijn stuwkracht aan het rustloos werk van Overweg."
Verder bood hij den jubilaris nog drie antieke vazen aan, die, naar de heer Wevers opmerkte, wèl op tijd gereed waren, en tot slot nog een fraaie bloemenmand. |
|
Rede de heer G.J.Bilderbeek |
|
|
Namens de dochterondernemingen sprak hierna de heer G.J.Bilderbeek, directeur van Stork's Apparatenfabriek N.V, te Amsterdam :
“Mijnheer Overweg, Wij hebben vanmorgen horen vertellen van Uw grote gaven en Uw zeer belangrijk werk voor de fabriek. Ik spreek hier nu namens de drie dochterondernemingen. Ook wij hebben geprofiteerd van Uw werkkracht en Uw kennis. Daarnaast zou ik er gaarne de nadruk op willen leggen, dat wij U ook als mens en collega zeer hoog achten. Steeds hebt U zich moeite gegeven om andere mensen te helpen. Daarvoor hebt U altijd tijd gevonden, hoe druk U ook was. De dochter ondernemingen zijn dan ook dankbaar voor alles wat U voor hen gedaan hebt en wij hebben gemeend U een blijvend aandenken te moeten geven in de vorm van een radiotoestel. Wij hopen van harte, dat U de tijd zult nemen om er af en toe naar te luisteren. Wij feliciteren U van harte bij dit voor U bijzonder feest en hopen, dat U nog lang voor ons gespaard zult blijven." |
|
Rede de heer E.H.ter Horst |
|
|
De laatste spreker was de heer E.H.ter Horst die den jubilaris als volgt zijn hulde bracht:
“Geachte jubilaris, mevrouw Overweg, Namens de negen fabrieksverenigingen van de Machinefabriek kom ik U van harte gelukwensen met deze voor U zo belangrijke dag. Wij allen weten, dat Uw hart uitgaat naar de techniek, en dat het technische werk gedurende de veertig jaren, die U aan de fabriek werkzaam bent geweest, Uw aandacht ten volle in beslag heeft genomen, zodat daarnaast niet zoveel tijd over bleef om U met al onze verenigingen te bemoeien. Trouwens, U wist deze bemoeiingen bij Uw mede-directeuren in goede handen. Toch weten wij dat u veel belangstelling hebt voor al wat leeft onder het personeel van de fabriek en dat U veel waardering gevoelt voor het werk van de verenigingen op cultureel- en sportgebied. Nadat de spreker er zijn verheugenis over had dat de fabriek, dank zij den jubilaris de laatste maand zulke belangrijke bestellingen had gekregen, bood hij dezen als blijk van waardering der verenigingen een prachtig bloemstuk aan in de vorm van een buitengewoon geslaagde voorstelling van het vlaggeschip van Noorwegen, de “Oslofjord”, “door de heer Overweg gebracht in Hollandse wateren en gemeerd aan Hollandse kust” Daarnaast overhandigde de heer ter Horst den jubilaris als meer blijvend blijk van waardering nog een boekwerk. |
|
Slotwoord de heer J. Overweg |
|
|
Thans was het woord aan den jubilaris, die op de hem gebrachte huldiging als volgt antwoordde:
“Waarde vrienden, U hebt mij warme woorden van waardering en vriendschap toegesproken, waarvoor ik u hoogst dankbaar ben. De heer Avéres heeft, geloof ik, een zacht verwijt gemaakt, dat ik wat critisch ben. Welnu, ik ben ook critisch genoeg op mezelf om te zíen dat u zo vriendelijk bent geweest om alleen mijn zonnige zijden te belichten en dat U mijn tekortkomingen op deze jubileumdag hebt verzwegen. Ik heb in deze veertig jaar zeer veel vriendschap en medewerking ondervonden. Er is gezegd, dat ik veel heb gepresteerd, maar ik moet dat wel voor het grootste gedeelte endosseren aan mijn medewerkers, want deze hebben tenslotte het leeuwenaandeel van het werk gedaan in het belang van de fabriek. Wel heb ik getracht om een voorbeeld te geven, omdat ik plezier in mijn werk had. Ik heb inderdaad het werk gevoeld als een soort sport, en als men aan sport meedoet, en men is vermoeid, dan wil men toch doorzetten. Wanneer het de mensen wel eens moeilijk viel, heb ik ze aangespoord om door te gaan. Ik deed dat voor onze fabriek, waarvoor ik grote liefde gevoel en die ik vooruit wilde brengen te algemenen nutte. Ik deed het voor de grote gemeenschap, die wij samen aan de fabriek vormen. Mocht mijn voorbeeld enig nut hebben gehad, dan ben ik volkomen tevreden en dan meen ik, dat ik mijn taak goed heb gedaan." |
Armonia |
|
|
Hierna richtte de heer Overweg zich tot elk van de sprekers afzonderlijk en bedankte hen met hartelijke woorden voor hun gelukwensen en voor de vele geschenken, die hem werden aangeboden. Ook dankte hij “Armonia" voor haar muzikale hulde. De heer Overweg eindigde met de woorden: Ik dank U allen zeer voor de buitengewoon grote belangstelling en vriendschap,waarvan U op deze dag blijk hebt willen geven. Dit is een dag, die ik nooit zal kunnen vergeten. Ik zag er in het begin wel wat tegen op, maar U hebt het mij heel gemakkelijk en prettig gemaakt, waarvoor ik U niet erkentelijk genoeg kan zijn." |
|
Hoogtijdag |
|
|
Velen maakten daarna gebruik van de gelegenheid den jubilaris persoonlijk de hand te drukken. Daarmee kwam een eind aan deze treffende huldiging, die bij ons allen de indruk achterliet, een hoogtijdag, ook in het bestaan van de fabriek te hebben meegemaakt. |
|
>> Terug |
| |
|