Het m.s. Bloemfontein

Stork

scheeps

diesel

motoren

in

oorlogstijd

 

In de oorlogstijd 1940-1945 heeft een drie-tal schepen uitgerust met een Stork scheepsdieselmotor bijzondere prestaties verricht. De volgende schepen hebben als troepentransportschip of hospitaalschip in die periode alle oceanen en zeeën bevaren:
        m.s.  “Bloemfontein”, van de vereenigde Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij,
        m.s. ”Tjitjalengka” van de Java China japanlijn en het
        m.s. ”Papendrecht van Phs. Van Ommeren Scheepvaartbedrijf.

De “Bloemfontein”

De “Bloemfontein” is van stapel gelopen bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij en voer als passagiersschip op de Holland-Afrika lijn. Na het uitbreken van de oorlog voer de “Bloemfontein”een tijdlang in Engelse dienst. Toen Amerika bij de oorlog betrokken raakte werd het schip aan de Amerikanen overgedragen om te dienen als troepentransportschip. Ze werd daartoe omgebouwd in San Francisco en maakte de eerste oorlogsreis op 13 april 1942. De “Bloemfontein" bracht in de periode dat de Japanners Java nog niet hadden bezet Amerikaanse troepen naar dit gebied. Vervolgens voer het schip naar de diverse eilanden die door de Amerikanen werden heroverd.

Gedurende de hele oorlog heeft het schip onafgebroken gevaren. In dienst van de geallieerden werd ongeveer 400.000 mijl afgelegd. Te vergelijken met 25 reizen van Nederland naar Inonesië en terug. Na de capitulatie van Japan vervoerde het schip nederlandse mariniers van Amerika naar Indonesië en vervolgens rond de 1300 repatranten van Indonesië naar Nederland. Dat was de eerste keer in zeven jaar dat het schip een Nederlandse haven binnenvoer. Het schip moest toen beschikbaar blijven van de Nederlandse regering om nog meer repatrianten op te kunnen halen; revisie was niet toegestaan i.v.m. mogelijk plotseling vertrek. De rederij kon zonder problemen aan dit verzoek voldoen.

Kort voor de oorlog waren in de hoofdmotoren cilindervoeringen geplaatst die chroomgehard waren volgens het procedé Van der Horst. De machinisten hadden voortdurend de slijtagemetingen van de cilindervoering bijgehouden. Daardoor was het mogelijk om een duidelijk beeld te krijgen te krijgen van het slijtageproces van de chroomgeharde voering over een lange periode. Bij enkele cilindervoeringen was er sprake  van slijtage op enkele plaatsen na deze 400.000 mijl. Slechts enkele tienden van millimeters was deze slijtage. Bij de oude gietijzerenvoeringen was deze zeker enkele millimeters geweest. Door deze beperkte slijtage hadden ook de zuigerveren veel minder te lijden en bleef de motor in goede conditie.

 

De Tjitjalengka

Als passagiersschiep werd dit motorschip in 1939 in dienst genomen op de Java-China-Japanlijn. De motoren hadden vanaf het begin al chroomgeharde cilindervoeringen. Op 8 juli 1942 werd het schip gevorderd door de Britse regering en in Liverpool omgebouwd tot hospitaalschip voor 504 patienten (Hospital Ship No. 9). Als hospitaalschip maakte het minder mijlen dan de “Bloemfontein”, maar bij de eerste binnenkomst op 8 maart 1948 in de haven van Amsterdam had het schip er rond de 300.000 achter de rug.

Ook hier was de machinekamer in een goede conditie. Na een grondige inspectie bleek de slijtage slechts 0.6 mm in de diameter  te bedragen en dat na zeven jaar varen. Het voordeel van deze minimale slijtage blijkt ook uit het verbruik van de zuigerveren. In dezelfde zeven jaar zijn slecht zes zuigerveren van de hoofdmotor vervangen. Een unieke gebeurtenis in de scheepvaartgeschiedenis van de dieselmotoren. Ook de andere bewegende onderdelen zoals hoofdlager, krukpen- en kruishoofdmetalen kenden geen of minimale slijtage. De speling was nog gelijk aan die op de proefstand.

De motor m.s. Tjitjalengka op de proefstand

De Papendrecht

Een 15.000 ton metende tanker. Bij de inval van de Duitsers in 1940 was het schip bijna klaar. Evenals de “Tjitjalengka” had de motor van dit schip chroomgeharde cilindervoeringen. Deze motor (let wel een 4-takt)werkte met oplading(luchttoevoer) middels door kettingen aangedreven Rootsblowers. Alhoewel de Duitsers de opdracht hadden gegeven het schip met spoed af te bouwen duurde de oplevering door “onverwachte” omstandigheden een half jaar langer dan gepland. Onder de naam m.s. Lotharingen deed het vervolgens dienst als bevoorradingsschip de “Bismarck”en “Prins Eugen”. Na de ondergang van de “Bismarck” 

De 4-takt motor voor de Papendrecht op de proefstand

wisten de geallieerden het schip te bemachtigen. Op 15 juni 1941, werd het schip ongeveer 750 mijl Noord-West van de Kaap Verdische eilanden, ontdekt door vliegtuigen van HMS "Eagle" en door de kruiser HMS "Dunedin" opgebracht, voor de Duitse bemanning de gelegenheid kreeg het schip te laten zinken.

Met een Engelse bemanning voer het verder onder de naam “Empire Salvage” voor de Britse admiraliteit in de Pacific en de Middelandse Zee.
Het m.s. Papendrecht had bij thuiskomst 5 jaar onafgebroken dienst gedaan. Slijtage van de cilindervoeringen 0.1 mm, gemiddeld niet meer dan 0.02 mm per jaar. Een unicum bij scheepsdieselmotoren.

 

 

Bronnen: Fabrieksbode Stork 1 maart 1947

               Diverse scheepvaartsites (o.a. www.shipmotions.nl)

 

 

>> Terug naar < Vóór de HOTLO >

 

 

  • Nederlands
  • Deutsch
  • English

praat-mee-button.jpg

Toelichting Forum/gastenboek:

U kunt uw mening kwijt of een vraag stellen op het forum. Als u een bericht plaatst dan is dit te lezen door iedereen die de site bezoekt.

Wilt u het bestuur rechtstreeks benaderen met uw mening of vraag dan kunt u een mail sturen naar info@sos-hotlo.nl

We houden ons aanbevolen voor :

• Herinneringen.
• Suggesties.
• Ideeën.
• ….
 _____________________________

Voor een overzicht van nieuwe inhoud zie:      > nieuw op site
______________________________

 ANBI_FC.jpg
De Stichting SOS-HOTLO is erkend als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Schenkingen aan een ANBI instelling komen in aanmerking voor belastingvoordeel.
______________________________

Disclaimer