Overweghal_stelplaats_2.jpg

De

stelplaats   

 

Hal O (verweg)

 

De Fabricage montage en beproeving van de grote Stork scheepsdieselmotoren

Lezing gehouden voor de Vereeniging van Technici op Scheepvaart-gebied op 3l maart 1960 te Hengelo.

 

R. Kippers

 

Inleiding

Tot voor twee jaar vond de bewerking van de grote onderdelen en de montage van scheepsmotoren en stoomturbines plaats in een hal, waarin ook de meeste onderdelen van deze machines werden bewerkt. Met het oog op de uitbreiding der produktie en de toeneming van het vermogen der dieselmotoren, besloot de directie een nieuwe hal te bouwen speciaal voor de montage en de beproeving van de grote dieselmotoren, welke hal reeds spoedig tot de dubbele lengte werd uitgebreid om hierin ook de zware gereedschapswerktuigen voor de bewerking van de grote onderdelen onder te brengen. Door deze maatregel kon het transport van de zware werkstukken tussen bewerking en montage aanzienlijk worden vereenvoudigd.

De nieuwe hal heeft een lengte van 100 meter, een breedte van 34 meter en een hoogte van 26 meter. De nuttige hijshoogte bedraagt 2L meter.

Fig.1 geeft een overzicht van het gedeelte dat ingericht is voor de montage en beproeving van de motoren. Fig. 2 toont een maquette van de gehele hal, welke de meest imposante is van de machinefabriek Stork. In het linker gedeelte staan zes grote machines opgesteld, die merendeels geschikt zijn voor gecombineerde bewerkingen; zodat verschillende bewerkingen in één opspanning kunnen worden uitgevoerd.
Rechts liggen twee montagevelden en er zijn installaties voor een volledige beproeving van de motoren geplaatst. Op deze proefstanden kunnen tegelijkertijd 4-à 5 motoren van 4000 tot 20.000 pk worden gemonteerd. Per jaar kan de fabriek 18 tot 20 grote motoren bouwen, bovendien kunnen in een andere hal nog 4 à 5 kleinere motoren worden vervaardigd.

De bewerkingsmachines in de nieuwe hal

De Innocenti horizontale boor- en freesbank afgebeeld op fig.3, is ruim een jaar in bedrijf.
Deze bank is speciaal bestemd voor de bewerking van fundatieplaten en kolommen. Eventueel kan zij ook worden gebruikt voor de bewerking van lagedruk turbinehuizen. Voordat deze grote bank beschikbaar was, geschiedde de bewerking van de fundatieplaten met twee machines, namelijk: een horizontale freesbank en een eveneens horizontale kotterbank, waarop de lagerboringen met diverse hulpgereedschappen moesten worden uitgekotterd. Deze methode had zowel technisch als organisatorisch vele nadelen.

Het frezen en het kotteren geschieden thans in één opspanning. De vlakken worden met hardmetaal gefreesd. Voor het uitkotteren van de lagerboringen wordt een haakse kop gebruikt,
zie fig.4, waarmee boven verwachting gunstige resultaten zijn bereikt. De onnauwkeurigheid van de ligging der lagers ten opzichte van de hartlijn bedraagt slechts enkele honderdste millimeters. Tevens is het mogelijk met deze kop diverse vlakken en hulpvlakken te frezen of aan te snijden voor verdere bewerking.

Enkele hoofdgegevens van deze machine zijn: verplaatsing van de kolom 16,6 meter, verticale verplaatsing boorkast 5,5 meter, axiale verplaatsing spilkast en spil respectievelijk 1 en 2 meter. De vloerplaat is 20 meter lang en 6,4 meter breed.

Door de grote lengte van bed en vloerplaat is het mogelijk twee, eventueel drie halve fundatieplaten naast elkaar op te spannen, zie fig. 3.
Tijdens de bewerking van het ene werkstuk, kan een volgend stuk worden gesteld en bevestigd. Het spreekt vanzelf dat dit een vermindering van doorlooptijd geeft, terwijl voorts het benodigd vloeroppervlak voor opslag en de transportkosten geringer zijn.

Ook de bewerking van de kolommen van de dieselmotoren geschiedt op deze bank veel eenvoudiger dan vroeger. Vooral voor de hoogte is het van belang dat een grote maat nauwkeurigheid kan worden bereikt.

De cilinderblokken worden bewerkt door een grote Waldrich schaaf- en freesbank. Deze blokken, bestaande uit twee tot vier cilinders, ondergaan verschillende bewerkingen in één opspanning. Fig. 5 laat zien hoe een compleet cilinderblok met tussenstuk van een zes-cilindermotor geschaafd en gefreesd wordt. Ook de lagerboring en van fundatieplaten kunnen hier op dezelfde wijze als bij de Innocenti, namelijk met een haakse kop, worden gekotterd.
In de nieuwe hal staan twee van deze schaafbanken opgesteld. Elke schaafbank beschikt over twee spantafels, waardoor ook hier het principe van gelijktijdig bewerken en spannen kan worden verwezenlijkt. Zo nodig kunnen de twee tafels gekoppeld worden tot een geheel, zie fig. 5.
De schaaflengte, breedte en hoogte van de grootste machine bedragen respectievelijk 12,
3,2 en 3 meter; die van de andere machine 10, 2,8 en 2,5 meter.

Het kotteren van de boringen voor de cilindervoeringen in de cilinderblokken geschiedt op een Schiess horizontale boor- en freesbank met draaibare tafel, zïe fig. 6.
Om de cilinderboring in een keer te kunnen kotteren was vroeger een lange kotterbaar nodig.
Doordat thans gebruik wordt gemaakt van de draaibare tafel is dit nadeel vervallen. Eerst wordt de helft van de cilinder die aan de zijde van de spilkast ligt, gekotterd. Vervolgens wordt het cilinderblok 1800 gedraaid en kan de tweede helft van de cilinderboring worden bewerkt. De diameter van de freesspil is 280 mm. De uitschuifbare huls heeft een diameter van 480 mm.

Tot slot zij vermeld dat met twee boormachines de laatste mechanische bewerkingen, het boren
en tappen worden uitgevoerd.

De afdeling montage

Een overzicht van de montage en beproeving der motoren geeft fig.1, waarop vier motoren in verschillende stadia van opbouw zijn weergegeven.
Twee montagevelden met lengten van 45 en 39 meter en een breedte van 6 meter, liggen aan weerszijden. Bij de afmetingen is uiteraard rekening gehouden met de ruimte die de waterrem voor het proefdraaien inneemt, alsmede met het feit dat de motoren soms worden uitgevoerd met een aangebouwd stuwblok, waardoor de motorlengte ongeveer 1,5 meter groter wordt.
Tussen de proefvelden ligt een ruim montageveld dat van stelbalken is voorzien. Het bewijst
grote diensten bij het voormonteren van motordelen en het klaarzetten van onderdelen voor de montage. Op de voorgrond zijn spoorrails te zien, die dienen voor de aanvoer van de grote onderdelen. Een spoor aansluiting achterin leidt o.a. naar de afdeling expeditie.

De beproeving van dieselmotoren

De montage eindigt met het afstellen van de dieselmotoren hetgeen door specialisten geschiedt.

Na het controleren van de motorfuncties als koelwater en koeloliecircuits en het smeeroliesysteem, laat men de motor geruime tijd inlopen. Dan volgen verschillende belastingsproeven en wordt met de motor gemaneuvreerd.

Bij de beproeving in de stelplaats van Stork worden onder meer metingen gedaan naar de belastingverdeling over de cilinders, het brandstof-verbruik, de compressie en verbrandingsdruk per cilinder en de temperatuur van de uitlaatgassen, alsmede naar het het gedrag der drukvulgroepen. Het aantal meetpunten van bijvoorbeeld een tien-cilindermotor is 100 tot 150, het aantal belastingsproeven is normaal drie à vijf.

Naar keuze kan men een motor laten werken op stookolie tot een viscositeit van 3500 sec. Redwood I bij 1000 F of op dieselolie.

Het beproeven van een motor vereist een volledige aansluiting op de installaties die zorgen voor de levering van brandstof, koelwater, koelolie, smeerolie, enz., evenals deze aanwezig zijn aan boord van het schip. Deze installaties zijn in de hal terzijde van het langste proefveld geplaatst en kunnen via leidingen, die langs de wanden bij de proefvelden zijn gelegd gemakkelijk met een motor
worden verbonden, zie ook de figuren 1 en 8.

De brandstofinstallatie pompt dieselolie uit de voorraadtank rechtstreeks naar de motor, waar de olie een filter passeert. De zware olie wordt via een heater door twee seperatoren gevoerd voor het reinigen. Daarna stroomt de olie door een fijnfilter en tweede heater naar de motor.
In deze brandstofinstallatie kan voorts het brandstofverbruik van de motor tijdens de belastings proeven worden gemeten.
Het motorkoelwater circuleert in een afzonderlijk systeem. Door suppletie van koud water uit de koeltoren kan de temperatuur in dit systeem op de gewenste hoogte worden gehouden.
De smeer- en koelolie worden uit een buiten de hal gelegen aflooptank van 30 m3 gezogen en via een filter en koeler naar de motor gepompt.
Evenals het koelwater wordt ook de koelolie voordat de motor wordt gestart, door verwarming in de tank op bedrijfstemperatuur gebracht. Voor de koeling van de verstuivers is een apart gesloten koelwatersysteem geïnstalleerd.

Voor het starten van de motor is een compressor met luchtvat met een werkdruk van 30 atm
geïnstalleerd, waarmee geruime tijd achtereen gemaneuvreerd kan worden.

De loopkranen

Voor de nieuwe hal heeft Conrad-Stork vier loopkranen geleverd met uiteenlopende hefvermogens, zíe fig.7. Tijdens het opbouwen en demonteren van de dieselmotoren op de proefstand wordt van de kranen uiteraard veelvuldig gebruik gemaakt. Tegelijkertijd moet echter ook in de mechanische afdeling een kraan beschikbaar zijn voor het verplaatsen van zware zowel als lichte werkstukken. Voor de zware werkstukken zijn een 100-tons en een 50-tons kraan gekozen. Twee gelijke kranen
van 25 ton zijn bestemd voor de middelgrote werkstukken. Alle kranen lenen zich ook uitstekend voor het hijsen van kleine lasten, daar aan de hijsinstallatie van de loopkatten een hulphijs is toegevoegd. De voordelen van een hulphijs, met een hijsvermogen van 1/5 tot l/l0 van de hoofdhijsinstallatie, zijn dat er veel gemakkelijker en vlugger mee kan worden gewerkt. De lasthaken zijn kleiner en kunnen dus gemakkelijker op nauwe plaatsen komen en de hijssnelheid is groter.
De 100-tons en 50-tons kranen hebben een hijsinrichting die met een Ward-Leonard-schakeling wordt bediend en dientengevolge zeer fijn regelbaar is. Daar het niet doenlijk is vier kranen op een baan te plaatsen, zijn twee boven elkaar gelegen banen aangebracht.

De 100-tons en 50-tons kraan rijden op de bovenste baan, die 20,8 meter boven de werkplaatsvloer ligt en een railafstand van 31,24 meter heeft. De baan van de twee 25-tons kranen ligt op 15,4 meter hoogte en heeft een railafstand van 30,14 meter. Zij kunnen onder de grote kranen doorrijden mits deze de lasthaken in de hoogste stand heffen.
Een bijzonderheid van de 25-tons kranen is dat de kooi van de machinist langs de kraanbrug
verrijdbaar is, zodat hij zijn positie kan kiezen om een goed gezicht op de last te hebben.

De funderingen

Een van de interessante studies die aan de bouw van de hal vooraf is gegaan, betreft de constructie van de funderingen waarover hier nog iets vermeld zal worden.
Tevoren stond reeds vast dat de funderingen van hal, proefvelden en machinefundaties niet met elkaar verbonden mochten zijn, teneinde onderlinge beïnvloeding te verminderen. Men diende echter rekening te houden met het feit dat de trillingen, ontstaan tengevolge van het proefdraaien van de motoren, zich ook door de grond kunnen voortplanten en de mogelijkheid bestond dat de precisie-machines in de omgeving nadeel zouden ondervinden van het volbelast draaien van de motoren. De hinderlijkste trillingen van de proefvelden zijn die welke liggen in het horizontale vlak. Daarom zijn de fundamenten van de proefvelden aan de zijkanten omgeven door een luchtspleet, waarbij de gronddruk door een keerwand is opgevangen. Op deze wijze werd de overdracht van de trillingen van de fundamenten op de omgeving nagenoeg uitgeschakeld.
Een ander probleem bij de bouw van de nieuwe hal werd gevormd door de wisselende gronddruk van de kolomvoeten, veroorzaakt door de rijdende loopkranen. Het gewicht van de 100-tons kraan met last kan de kolommen tijdens het passeren tijdelijk met circa 150 ton extra belasten. De grond wordt dan iets ingedrukt, waarbij het is gebleken dat de grond in de naaste omgeving meeveert. Om deze beweging te verminderen, zijn de kolomvoeten met elkaar gekoppeld door een betonligger. Bovendien zijn de fundaties van de bewerkingsmachines zo berekend en geconstrueerd dat de vervormingen binnen nauwgestelde toleranties blijven.

Expeditie

De ligging van de fabriek in het oosten van het land ver van grote waterwegen maakt het noodzakelijk de motoren voor de expeditie gedeeltelijk te demonteren. Gelukkig grenst het fabrieksterrein aan het Twentekanaal, dat voor het transport goede mogelijkheden biedt.

Ernstig wordt gezocht naar mogelijkheden om niet alleen de expeditie te vereenvoudigen, maar vooral ook de montage aan boord van het schip te bespoedigen. De aanschaf van de 100-tons kraan is daartoe een van de middelen.
Bovendien is een 150-tons kraan voor de haven in bestelling.

De figuren 8 en 9 geven een indruk van de huidige gang van zaken. Een kolomstel met leibanen, kruishoofden en drijfstangen wordt in één keer vervoerd. Ook de helft van een fundatieplaat met krukas gaat in zijn geheel per schip naar de plaats van bestemming.

In verscheidene gevallen kunnen reeds halve fundatieplaten met krukas, opgebouwde kolomstellen en drijfstangen als één geheel worden verzonden.

 

Terug naar >>  de 60-er jaren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Nederlands
  • Deutsch
  • English

praat-mee-button.jpg

Toelichting Forum/gastenboek:

U kunt uw mening kwijt of een vraag stellen op het forum. Als u een bericht plaatst dan is dit te lezen door iedereen die de site bezoekt.

Wilt u het bestuur rechtstreeks benaderen met uw mening of vraag dan kunt u een mail sturen naar info@sos-hotlo.nl

We houden ons aanbevolen voor :

• Herinneringen.
• Suggesties.
• Ideeën.
• ….
 _____________________________

Voor een overzicht van nieuwe inhoud zie:      > nieuw op site
______________________________

 ANBI_FC.jpg
De Stichting SOS-HOTLO is erkend als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Schenkingen aan een ANBI instelling komen in aanmerking voor belastingvoordeel.
______________________________

Disclaimer