Een deel van het Storkcomplex met de grote hal O in het centrum. Links beneden de koeltorens met daar direct linksboven de hal voor de proefmotoren

De 60-er jaren

Nieuwe montagehal

                                             

In de jaren 1957/58 is Stork begonnen met een flinke investering in de afdeling bouw grote dieselmotoren. Zowel het aantal bestelde motoren als de omvang van de motoren vroegen om een uitbreding van de mogelijkheden. Draai- en freesbanken werden te klein en het proefdraaien moest in een veel te kleine ruimte gebeuren, waardoor het ook niet mogelijk was om snel te produceren.
Stork bouwde een nieuwe hal, waarin de grote onderdelen als fundatieplaten, cilinderblokken en kolommen geheel verwerkt konden worden. In diezelfde hal is de proefstand gebouw, waarop 4 á 5 grote motoren konden worden gemonteerd. Door deze modernisering was Stork in staat om per jaar 18 á 20 grote motoren te bouwen. In verband met deze uitbreiding was het ook nodig om de koeling aan te passen. De capaciteit van de koeltoren werd daarom vergroot naar koelmogelijkheden tot ruim 30.000 pk.

Het zag er ook veel belovend uit. 1958 was een top jaar met 18 motoren. De volgende twee jaar werden er elk jaar 17 verkocht. Een langzame teruggang zette zich in na 1960, met als diepte punt 1964 en 1965 elk jaar slechts drie motoren. Geen geweldige vooruitzichten.               

 Lees meer >>

De commissie Keyzer

De toekomst van de Nederlandse grote kapitaalgoederen-industrie, met name de scheepsbouw.

In 1963 lag het topvermogen van de grote dieselmotoren al op ruim 30.000 pk. Geweldige resultaten dank zij de innovaties aan de motor, maar helaas in een tijd dat de scheepsbouwmarkt terug liep. De concurrentie had met dezelfde problemen te maken waardoor er een overproductie ontstond. Zelfs met zwaar verliesgevende prijzen voor de motoren kon Vmf het productieapparaat maar moeizaam bezet houden. Werknemers binnen de afdeling moesten ook werk verrichten voor de andere sectoren.

Onder leiding van de latere staatssecretaris voor Verkeer en Waterstaat  M.J. Keyzer, toen voorzitter van de Koninklijke Nederlandse redersvereniging ( ook voorzitter Commissie Nederlandse Scheepsbouw), was een onderzoekscommissie tot de slotsom gekomen dat er nog wel toekomst was voor de Nederlandse scheepsbouw en pleitte voor het in stand houden van een Nederlandse industrie die dieselmotoren en scheepsturbines kon produceren.

Rapport van de commissie Nederlandse scheepsbouw 1965.
Een fusie in de scheepsbouw die hieruit volgde leidde tot de vorming van de werf Rijn-Schelde, een geduchte concurrent van Vmf; de Scheldewerf bouwde motoren in licentie voor Sulzer.

Marktaandeel en licenties

Voor Stork werd het wederom zaak om de toekomst voor de grote motoren te onderzoeken. Zowel in de ontwikkeling als in de verkoop werd een enorm beslag gelegd op de beschikbare middelen. De analyse leidde tot twee hoofdconclusies:
1. alléén als er meer motoren werden verkocht was er een overlevingskans. Stork had op dat

    moment een marktaandeel van ongeveer 2%).
2. Met meerdere licentienemers zouden de ontwikkelingskosten mede gefinancierd moeten worden.

Éen van de middelen om dit doel te bereiken was het zelf laten ontwikkelen van een standaard vrachtschip, met daarin een Stork-motor voor de voortstuwing; het “Unity”schip.
Ook door het wegvallen van een grote klant op meerdere gebieden, de (gesloten) mijnen in Limburg koerste het bedrijf langzaam op weg naar de rode cijfers. We spreken dan wel van een bedrijf met 3.000 werknemers in het buitenland en 20.000 in de Nederlandse afdelingen met een omzet van ongeveer Fl. 750.000.000.00.
In 1968, kon bij het 100-jarig bestaan van Stork gemeld worden dat de eerste opdracht voor de bouw van een “Unity”- schip binnen was. Het zou meteen ook de laatste bestelling zijn (lijkt te worden tegengesproken door bericht in de marge).

Stork 120 jaar industriële dynamiek, Matrijs 1989

  • Nederlands
  • Deutsch
  • English

praat-mee-button.jpg

Toelichting Forum/gastenboek:

U kunt uw mening kwijt of een vraag stellen op het forum. Als u een bericht plaatst dan is dit te lezen door iedereen die de site bezoekt.

Wilt u het bestuur rechtstreeks benaderen met uw mening of vraag dan kunt u een mail sturen naar info@sos-hotlo.nl

We houden ons aanbevolen voor :

• Herinneringen.
• Suggesties.
• Ideeën.
• ….
 _____________________________

Voor een overzicht van nieuwe inhoud zie:      > nieuw op site
______________________________

 ANBI_FC.jpg
De Stichting SOS-HOTLO is erkend als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Schenkingen aan een ANBI instelling komen in aanmerking voor belastingvoordeel.
______________________________

Disclaimer